Dit zijn onderdelen van één herstel. Los bekeken zie je beter wat je huidige opzet afdekt en wat nog een eigenaar nodig heeft.

Back-up bewaart een herstelpunt

Een back-up bewaart data of systeemtoestanden om terug te zetten. Bewaartermijn en back-upfrequentie bepalen hoeveel geschiedenis je hebt. Na een cyberincident moet je een herstelpunt soms eerst controleren voordat je het veilig terugzet.

Vraag: Wat is beschermd, hoe recent is de data en wie controleert de back-ups?

Disaster recovery houdt je aan het werk

DR combineert herstelbare systemen met de infrastructuur en het proces om ze te draaien als productie uitvalt. Rekencapaciteit, netwerktoegang, identiteit en applicatieafhankelijkheden tellen mee.

Vraag: Waar gaan we draaien, welke diensten komen eerst terug en wie bevestigt dat ze werken?

Failback maakt het herstel af

Terwijl systemen in DR draaien, verandert hun data. Teruggaan naar productie vraagt een geplande omschakeling, zodat die wijzigingen in je eigen omgeving terechtkomen.

Bij de back-upgebaseerde aanpak van Immutec betekent teruggaan: een laatste back-up in DR, DR uitzetten, terugsynchroniseren naar je omgeving en de systemen daar starten. Daarna controleert het bedrijf of alles werkt.

Vraag: Wie is verantwoordelijk voor de laatste synchronisatie, de geplande stilstand, de gereedheid van je omgeving en het akkoord?

RPO en RTO beantwoorden verschillende vragen

Maximaal dataverlies (RPO): hoeveel data je kunt missen. De back-upfrequentie bepaalt hoeveel recent werk kan ontbreken.

Maximale hersteltijd (RTO): hoe snel de dienst weer moet werken. Opstarten is maar een deel. Ook de keuze van het herstelpunt, netwerk, afhankelijkheden en controles tellen mee.

Spreek doelen af per dienst en per scenario. Een hardwarestoring en een ransomware-aanval kunnen om andere beslissingen vragen.

Neem deze vragen mee naar je volgende evaluatie.

Download het werkblad, print het of vul het op je scherm in. Leg je bewijs vast en spreek per vervolgstap een eigenaar af.

Download het werkblad (PDF)